Standaard 2. Onderwijs leeromgeving
Uit enquêtes en gesprekken met studenten blijkt dat zij (zeer) tevreden zijn over ons onderwijs en onze docenten. We zijn trots dat we een omgeving creëren waarin studenten zich thuis voelen én presteren. De vernieuwde visie brengt ook nieuwe plannen voor het curriculum, zoals meer focus op een kritische ontwerphouding, meer inzicht in de ontwikkeling van competenties, en aansluiting bij HvA-onderwijs- en toetsbeleid. De uitdaging is om daarbij de positieve sfeer en het plezier van zowel studenten als docenten te behouden.
Onderwijsvisie en didactiek
In de update van de visie hebben we ook de visie op onderwijs vernieuwd (zie de visie). De kerntaak van CMD Amsterdam is studenten opleiden tot bekwame en kritische ontwerpers die direct aan de slag kunnen in het werkveld en de (digitale) wereld willen verbeteren. Daar passen een ontwikkelingsgerichte didactiek en onderwijs bij: samen met de student kijken we cyclisch naar diens leren, werk en ontwikkeling in relatie tot de competenties. Didactisch coachen en formatief evalueren zijn hierin belangrijke aanpakken. Onder formatief evalueren verstaan we alle activiteiten van docenten en studenten om de leeractiviteiten in kaart te brengen, te interpreteren en te gebruiken om betere beslissingen te nemen over vervolgstappen. Dit proces omvat zowel (informele) gesprekken tijdens lessen als geplande formele evaluatiemomenten. De herkenbaarheid van de competenties en de integratie van de pijlers vormgeving, techniek en interactie staan centraal.
CMD wil studenten voorbereiden op een samenleving waarin een leven lang leren centraal staat. We zien leren als een actief proces waarbij studenten geïntegreerd kennis, vaardigheden en houding ontwikkelen. Studenten leren door samen te werken, (elkaar) te observeren en naar elkaar te luisteren. Hiervoor moeten studenten tijd krijgen om naast en met elkaar te kunnen werken, zodat ze niet - als consumenten- een onderwijsproduct ophalen en daarna weer verdwijnen. Docenten dagen studenten uit om buiten hun comfortzone te treden en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leren, waarbij diversiteit, creativiteit en een kritische houding worden gecultiveerd. Om dit te bereiken leren studenten:
- Vakkennis en vaardigheden toe te passen om duurzame en eerlijke digitale producten te ontwerpen en maken,
- De status quo te bevragen en te verbeteren om zo tot nieuwe inzichten voor werkveld en maatschappij te komen, en
- In kaart te brengen wat hun persoonlijke talenten, waarden en interesses zijn om zo hun eigen weg in dit vakgebied te ontdekken.
Onderwijsprogramma en onderzoek
Het huidige curriculum van CMD Amsterdam (zie afbeelding 2.1) bestaat uit een fundament van anderhalf jaar met basisvakken en projecten in ontwerpen, interactie, techniek en vormgeving. De leerdoelen van de vakken in het fundament dragen bij aan een of meer competenties, dit is vastgelegd in de studiegidstekst die onderdeel is van het OER. Dit fundament eindigt met een formatief assessment, waarin studenten reflecteren op hun studie en ontwikkeling op competenties en ambities en keuzes presenteren aan twee docenten. In de daaropvolgende profileringsfase kiezen studenten een profileringsproject en lopen ze een oriënterende stage. Het derde jaar omvat twee minoren, waarvan minimaal één een verdiepende CMD-minor is. Door het volgen van een vrije, brede minor is het mogelijk om een uitstap te maken naar een andere opleiding, faculteit, hogeschool, of het buitenland. Het vierde jaar staat in het teken van afstuderen en bestaat uit een lange stage en het afstudeerproject, waarbij studenten hun CMD-competenties op eindniveau aantonen.
Onderwijs en onderzoek
Er zijn meerdere manieren waarop onderzoek een rol speelt:
- Studenten verzamelen inspiratie of data tijdens een ontwerpproces. Veelal maken ze gebruik van beproefde (ontwerp)methoden zoals de CMD methods.
- Daarnaast doen studenten en docenten creatief en artistiek onderzoek: omdat ons vakgebied continu verandert, is een artistieke en experimentele aanpak nodig. Hierdoor kunnen studenten nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied bevragen, op waarde schatten en zich eigen maken. Daarnaast helpt creatief en artistiek onderzoek om bestaande patronen kritisch te bekijken en zo nodig te verbeteren. Docenten en studenten zetten hun ontwerpvaardigheden in om met onze samenwerkingspartners, organisaties en lectoraten onderzoek te doen.
- Docenten doen onderzoek naar (design)onderwijs: naast de belangrijke rol die onderzoek in het onderwijs vervult, blijven docenten op de hoogte van nieuwe theorieën, aanpakken en concepten in het (design)onderwijs. Dit is onder andere te zien aan de hoeveelheid Comeniusbeurzen die we succesvol aanvragen en de personele uitwisseling met lectoraten zoals Digital Life, Creative Media for Social Change en Civic Interaction Design. In de afgelopen vier jaar hebben zes docenten een Comenius Teaching fellow ontvangen. Voor een indruk wat voor soort onderzoek we doen en hoe we dissemineren zie het project van Charley Muhren: Visual thinking in het HBO.
Docenten en medewerkers
Docentrol
Bij CMD Amsterdam werkt een groep bevlogen en diverse mensen. We verschillen regelmatig van mening, maar zijn verenigd in onze passie voor ontwerpen, maken en onderwijs. Juist door de verschillen houden we elkaar scherp. Flexibiliteit en persoonlijk contact zijn belangrijk; daarom zijn docenten, ondersteunend personeel en management zichtbaar en makkelijk te spreken voor studenten en elkaar. Naast ons vaste team werken we veel samen met gastsprekers en gastdocenten. Grofweg zijn er vijf verschillende rollen die een docent-medewerker kan hebben: coördinator van een onderwijseenheid zoals een vak, project of minor, docent die vakinhoudelijke kennis en vaardigheden heeft en overdraagt, projectcoach die studenten begeleidt bij (afstudeer)projecten, studieloopbaanbegeleider die helpt met het plannen van de studie en stagebegeleider van korte of afstudeerstage.
Toetsbekwaamheid
Beoordelingen worden ontworpen en afgenomen door docenten met een basiskwalificatie didactische bekwaamheid (BDB inclusief BKE). Nieuwe docenten moeten binnen twee jaar in het bezit zijn van een BDB inclusief BKE en om afstudeerbegeleider te zijn is het hebben van een masterdiploma verplicht. Daarnaast is de afgelopen jaren gewerkt aan een groep docenten die een SKE hebben, waaronder de leden van de toetscommissie, waarmee toetsen besproken kunnen worden en die de toetsmappen (opgesteld door de coördinatoren aan het einde van een onderwijsmodule) steekproefsgewijs evalueren.
| Docenten | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal docenten | 73 | 80 | 83 | 83 | 92 |
| Percentage BDB (+BKE) | 51% | 58% | 56% | 59% | 78% |
| Percentage SKE | 6% | 6% | 6% | 4% | 9% |
| Percentage Master | 67% | 67% | 66% | 80% | 82% |
| Percentage PhD | 5% | 6% | 8% | 10% | 9% |
Scholing en kwaliteit docententeam
Docenten blijven met plezier op de hoogte van de diverse ontwikkelingen en trends binnen het vakgebied en onderwijs door conferenties te bezoeken, workshops, cursussen en opleidingen te volgen. Teammanagers bespreken dit met hun team tijdens het jaar- en beoordelingsgesprek waarbij eventueel ook de Duurzame Inzetbaarheidsuren (DI) kunnen worden ingezet. De kennis die opgedaan wordt door deze conferentiebezoeken, workshops e.d. delen we met elkaar op studie-ochtenden. Daarnaast worden deze ochtenden gebruikt om samen te werken aan onderwijsontwikkelingen. Hierbij wordt de expertise van anderen meegenomen zoals onderwijskundig adviseurs van de facultaire afdeling Onderwijs en Onderzoek. Een groot aantal docenten werkt ook in het werkveld, wat de connectie tussen CMD en het werkveld bevordert.
Voorzieningen
Labs en apparatuur
Naast de leslokalen die voornamelijk in het Theo Thijssen Huis (TTH) te vinden zijn en de Media lounge beschikt de opleiding over een aantal labs. We vinden het belangrijk dat studenten de mogelijkheid hebben om ervaring op te doen met technologieën waar ze in het dagelijks leven wellicht niet mee in aanraking komen, maar die relevant zijn voor onze beroepspraktijk. In het Audio Lab hebben studenten de mogelijkheid om geluiden op te nemen en te bewerken voor verschillende digitale en immersieve producten. In de virtual reality labs kunnen studenten niet alleen ervaren hoe het is om hun eerste (vaak letterlijke) stappen te zetten in virtual reality en aanverwante technologieën, maar ook werken aan (afstudeer)projecten. Het is belangrijk om dit soort apparatuur beschikbaar te stellen omdat het (in tegenstelling tot bijvoorbeeld laptops en smartphones) niet apparatuur is die iedereen in huis heeft. Ook hebben we een usability Lab waar studenten onder andere gebruik kunnen maken van Eye tracking hardware en software om websites en apps te testen op bruikbaarheid en waar in huiskamersetting (gebruiks)onderzoek kan plaatsvinden. Studenten kunnen ook gebruikmaken van de faculteits- en HvA faciliteiten zoals het makerslab, het beeldlab en de bibliotheek. Op deze plekken en bij de faculteitsbrede en HvA minoren, komen studenten van verschillende HvA opleidingen samen.
Digitale leeromgeving
Bij CMD Amsterdam werken we met Brightspace waar voor iedere onderwijseenheid de handleidingen, beoordelingsformulieren, officiële inleverpunten met beoordelingen staan. Microsoft Teams wordt gebruikt voor meer informele communicatie en online bijeenkomsten.
Studenten en studentenwelzijn
Instroom
Over de afgelopen vijf jaar hebben we gemiddeld 366 eerstejaars (zie voor de cijfers per jaar CMD in cijfers) De afgelopen vier jaar kwam het grootste deel van onze studenten van de HAVO (54%) en het MBO (37%). VWO'ers maken 8% uit, en enkele studenten hebben een buitenlands diploma. Uit studievoortgangsrapportages blijkt weinig verschil in studiesucces tussen HAVO- en MBO-studenten. Net als bij andere opleidingen in het hoger onderwijs is er bij CMD Amsterdam een uitval van ongeveer 40% in het eerste jaar. Hoewel we veel aandacht besteden aan begeleiding, streven we niet naar nul uitval. Het propedeusejaar dient ook als selectie - sommige studenten maken een verkeerde studiekeuze of halen het niveau niet. Voor studenten die door externe factoren worden belemmerd, bieden we verschillende vormen van ondersteuning aan, inclusief mogelijke uitzonderingen op de BSA-norm (zie begeleiding). Via de studieloopbaanbegeleider en op de digitale leeromgeving Brightspace worden studenten indien nodig doorgestuurd naar HvA brede faciliteiten zoals hulp bij studeren met een functiebeperking, topsport of mantelzorg.
Thuisgevoel
Uit de evaluaties blijkt dat studenten zich thuis voelen bij de opleiding; in de meest recente NSE (2024) gaf 75% van de studenten aan zich (zeer) thuis te voelen bij CMD. Dit heeft een positieve invloed op het functioneren van de studenten. Nieuwe studenten geven aan een warm welkom te ontvangen binnen de opleiding, door een toolsweek, introductieweek (CMD AAN) en introductieweekend (studievereniging IAmCore). De Media lounge is de centrale, fysieke plek waar studenten kunnen werken en waaromheen de docentenkamers zijn met een 'open door policy', waardoor de drempel om een docentenkamer binnen te lopen laag is. Studenten ervaren hierdoor een gezellige en open werksfeer. Docenten lopen vaak door de Media lounge om een praatje te maken met studenten of om hen te helpen. 86% van de studenten gaven daarnaast aan zich veilig te voelen om zichzelf te zijn bij CMD. Dit hangt ook samen met de sfeer: 90% van onze studenten is (zeer) tevreden over de sfeer.
Begeleiding
Persoonlijke ontwikkeling van de studenten is van groot belang. Binnen het curriculum leren studenten zichzelf beter kennen, zodat ze kunnen werken aan een toekomstbestendige loopbaan. Tijdens de begeleiding wordt de groei-mindset gestimuleerd en werken we met het gedachtegoed van Strength Based Development (SBD). We gaan ervan uit dat kwaliteiten en vaardigheden ontwikkelbaar zijn. Binnen de opleiding zijn er verschillende soorten begeleiders, namelijk SLA, SLB, en SLC:
- Studieloopbaanadviseur (SLA) geeft studenten advies bij het opstellen van een studieplan als de student achterstand heeft opgelopen.
- De Studieloopbaanbegeleider (SLB) is het aanspreekpunt voor alle studiegerelateerde zaken. In de eerste twee jaar heeft iedere klas een eigen studieloopbaanbegeleider die klassikale bijeenkomsten en individuele gesprekken verzorgd. De SLB'er is het eerste aanspreekpunt om persoonlijke omstandigheden te bespreken. Waar nodig kan de SLB'er studenten doorverwijzen naar SLA, SLC of de studentendecaan. Vanaf het derde jaar is SLB voornamelijk op individuele basis.
- Studieloopbaancoach (SLC) helpt studenten die vastlopen in hun studie, bijvoorbeeld door een motivatiedip, stressproblemen of uitstelgedrag. Als deze problemen veroorzaakt worden door een functiebeperking, persoonlijke omstandigheden of familieomstandigheden, kunnen ze terecht bij de studentendecanen van de faculteit.
Reflectie
Ons onderwijs is altijd in ontwikkeling. Jaarlijks hebben we kleine aanpassingen in bijvoorbeeld de vakinhoud door een ontwikkeling in technologie of op basis van (studenten-) evaluaties. Soms zijn er ook grotere veranderingen die bijvoorbeeld het gevolg zijn van HvA beleidsaanpassingen of een update in de landelijke CMD-competenties. Voor de coronapandemie zijn er plannen gemaakt voor grote veranderingen in het fundament -de eerste anderhalf jaar- van de opleiding. Door de pandemie zijn deze plannen niet doorgevoerd. Toen de lockdowns en grootste gevolgen van de pandemie voorbij waren, is er een vernieuwde visie opgesteld (zie ook standaard 1) en is een plan gemaakt voor curriculum- en didactiekontwikkeling (zie ook ambities) om aan te sluiten bij deze visie. De belangrijkste veranderingen zijn meer nadruk leggen op een kritisch ontwerphouding, de ontwikkeling op competenties inzichtelijk maken en aansluiten bij het HvA onderwijs- en toetsbeleid.
Verder merkten we dat door de coronapandemie steeds meer studenten met diverse uitdagingen te maken hebben, zoals psychische aandoeningen, afleiding door privéomstandigheden, of een verminderde interesse. Deze moeilijkheden worden weerspiegeld in een stijging van studenten die zich melden bij de studentendecanen. Naar aanleiding van de verschillende meldingen vanuit het docententeam m.b.t. verminderde aanwezigheid hebben de opleidingscommissie samen met de kwaliteitsmedewerker een panelgesprek gevoerd met propedeusestudenten om dit onderwerp te bespreken. Hieruit zijn bevindingen naar voren gekomen zoals de hoofdredenen voor afwezigheid volgens eerstejaarsstudenten - een gebrek aan motivatie, lange lesdagen en het hoge tempo van het onderwijs. De bevindingen zijn met het managementteam gedeeld en het verbeteren van aanwezigheid is opgenomen als actiepunt in de One-Page-Strategy van 2025 (een OPS is een jaarlijks overzicht van actiepunten).
Zowel uit de visitatie in 2019 als de midterm review kwam de aanbeveling om duidelijkheid en samenhang in het programma te verbeteren. Dit is iets waar we aan hebben gewerkt door de minorenkeuze inzichtelijker te maken, bij afstuderen actief te vragen naar het profiel van de student aan de hand van de pijlers (vormgeving, interactie en techniek) en de competenties in stages en afstuderen centraal te stellen bij de beoordeling. Ook hebben we dit punt meegenomen in de ontwikkelplannen door duidelijke leerlijnen in het fundament (zie afbeelding 2.3).
Ambities
In de vernieuwde visie op onderwijs staat de kritische (ontwerp)houding, herkenbaarheid van onderwijsprogramma, een ontwikkelingsgerichte didactiek en onderwijs centraal: de toetsing en het onderwijs worden daarom meer competentiegericht en om hier ruimte aan te geven worden onderwijseenheden minimaal 15 studiepunten (zie afbeelding 2.3 voor de outline van het nieuwe onderwijsprogramma). Hier zijn een aantal veranderingen in het huidige curriculum voor nodig:
- Competentiegericht onderwijs vraagt van studenten stevige basisvaardigheden op het gebied van reflectie op eigen werk en ontwikkeling en feedbackgeletterdheid3 (feedback waarderen, kwaliteitsbesef, omgaan met emoties en actie ondernemen). Daarom krijgt het Studieloopbaanbegeleidingsprogramma meer focus en een duidelijkere rol in het nieuwe onderwijsprogramma. SLB wordt een doorlopende module leercoaching (zie afbeelding 2.3) waarbij de professionele ontwikkeling van de student centraal staat. De student staat stil bij eigen studievaardigheden, krijgt praktische ondersteuning bij het maken van studiekeuzes en (aangepaste) studieplannen en wordt coachend ondersteund in het persoonlijke leerproces. De leercoach is het eerste aanspreekpunt gedurende de opleiding, is goed in staat om hulpbehoeften bij studenten te signaleren en draagt daarmee bij aan zowel de professionele identiteit, het mentale welzijn van de student, als preventie van langstuderen.
- De curriculumcommissie werkt samen met een onderwijskundige van de afdeling Onderwijs en Onderzoek en de toetscommissie aan een scholingsplan. In dit plan wordt in kaart gebracht welke professionaliseringsbehoeften bij docenten zijn om studenten goed te kunnen begeleiden in hun leren en ontwikkeling binnen het, voor de opleiding, nieuwe didactische concept van formatief evalueren.
- Het afstudeerproject, de stages en de (meeste) minoren bestaan al uit minimaal 15 studiepunten en werken met beoordelingen aan de hand van competenties. In het fundament, de eerste anderhalf jaar, wordt dit de komende vier jaar ook geïntroduceerd.
- De duidelijkheid en samenhang van het onderwijsprogramma en competenties willen we in het fundament verbeteren door leerlijnen en assessments op basis van de CMD-competenties (zie voor meer details over de toetsing standaard 3).
Noot 3. Het vermogen om feedback te ontvangen, te interpreteren en te gebruiken om ervan te leren. Studenten die feedbackgeletterd zijn, vragen om verduidelijking, of verduidelijken hun eigen standpunt op een constructieve manier, waardoor ze in gesprek blijven over de eigen prestatie en de gekregen feedback. Het feedbackproces is dus een dialoog waarin zowel de docent als de student gedeelde verantwoordelijkheid dragen (Winstone & Carless, 2019; Carless & Boud, 2018).